Honden

Gedrag en omgang American Stafford

American Staffords kennen een slechte reputatie, globaal genomen. Niet zo verwonderlijk wanneer je de soms dramatische berichtgevingen leest in de media. Wéér een Stafford die de eigen baas aangevallen heeft, een voorbijganger is aangevlogen, of nog erger: een kind heeft aangevallen.

Op dit moment werkt minister Schouten aan een registratiesysteem waar o.a. een lijst van alle bijtincidenten wordt bijgehouden, veroorzaakt door hoogrisicohonden. Ook wordt er gewerkt aan een fokverbod op hoogrisicohonden.

Wijzelf hebben 2 honden. Eén ‘gewone’ hond; een voormalige zwerfhond uit Roemenië (Amy, 13 jr. teefje, type Bordercollie, die al 8 jaar bij ons woont) én een Staffordshire kruising: Max (8 jaar). Hij woont inmiddels alweer 3 jaar bij ons.

Daarnaast hebben wij jaren geleden een kruising Stafford/ Mechelse herder gehad, wat probleemloos verliep. Na mijn ervaringen met deze 2 honden, wat natuurlijk niet representatief is voor iedere Staffordshire, heb ik wel enig idee over een omgang die werkt met dit type hond.

Gedrag en omgang met ‘een Stafford’

Max is onderdeel van een roedel, hij is lager in rangorde dan Amy, die al 8 jaar ‘de scepter zwaait’ over haar domein. Hij weet dit. Amy is de “alfateef” en zij corrigeert hem zodra zij dit nodig vindt (wat zich vooral uit in: ‘kom niet te dicht bij mijn voerbak’, of ‘ik krijg eerst een hondenkoekje en dan jij pas’).
Staffords zijn naar mijn idee intelligente, gevoelige honden en hebben een invoelende baas nodig, die ferm kan optreden wanneer het soms moet, maar die hem vooral liefdevol en op zijn intelligente niveau benaderd.

Probleemhonden?

‘Staffords’ moeten, mijns inziens, zeker niet specifiek met ‘harde hand’ aangepakt worden, om aan te tonen dat jij als baas boven hen staat. Een ‘gelukkige baas’, die zijn/haar Stafford als vriend ziet, die duidelijk communiceert naar de Stafford en ferm optreedt wanneer nodig, die er plezier in heeft om met de Stafford op uit te trekken, die van zijn hond geniet en die als baas geen agressieve houding naar anderen heeft, heeft naar mijn idee een succesvolle kans op een goede band met zijn Stafford en reduceert de kans op bijtincidenten, of ander soort incidenten ben ik van mening.

Daarnaast is het hebben van 2 honden, waaronder een zgn. ‘alfateef’ een pre. Deze alfateef is de baas van de roedel (ook al bestaat deze roedels slechts uit haarzelf en de andere hond). De alfateef corrigeert de Stafford wanneer deze ‘wangedrag’ vertoont, zoals blaffen naar het baasje, en is hem van nature de baas.

Natuurlijk hangt e.e.a. samen met het karakter van de hond en wat deze in een eventueel onbekend verleden heeft meegemaakt. Wie een stabiele Stafford in huis neemt, en hem stabiliteit, rust en harmonie biedt -en hem vooral ook begrijpt, het zijn intelligente honden- zou mijns inziens geen probleemhond creëren; hoewel garanties natuurlijk nooit ‘gegeven kunnen worden’.

Zo nu en dan zie je ‘ze’ wel eens lopen; de geijkte baasjes met hun Staffords. De wat ‘ongure types’, meestal mannen, met een Stafford. Harde looppas, onvriendelijke uitstraling. Op dergelijke momenten zorg ik dat ik zo snel mogelijk uit ‘de buurt ben’. Het ‘baasje’ wekt niet bepaald vertrouwen op, dus wacht ik liever ook niet af hoe de hond zich gedraagt. Zelf als AmStaff “eigenaresse” ben ik wellicht ook bevooroordeeld. Of is het gezond verstand?

Vasthouden aan rituelen.

Rituelen zijn voor honden vaak erg belangrijk. Om te zorgen dat je geen ontevreden hond krijgt, respecteer je de rituelen die zijn ontstaan tussen jullie (altijd een hondenkoekje na het lopen bijvoorbeeld, of altijd eten voordat je zelf eet/ of juist daarna. Honden zijn wat dat betreft een tikje autistisch; afwijken van verwachtingspatronen schept frustratie.

Geen waakhond functie laten uitvoeren.

Een Stafford mag naar mijn idee nooit fungeren als waakhond, rond huis en tuin. Hij mag mensen niet zien als potentiële indringers. Mensen zijn leuk. Lief. En zijn zij dit niet, laat hen dan links liggen. Hij mag nooit ‘boven een mens’ staan. Vanzelfsprekend zal ook een Stafford een inbreker niet onberoerd laten, maar dan hebben we het echt over een vreemde indringer in je huis, tijdens je eigen afwezigheid (’s nachts, of je bent echt niet thuis).

Ik kan “lezen en schrijven” met allebei onze honden, maar vooral met Max. Ik weet wanneer hij het wel of niet naar zijn zin heeft, ik weet wat er aan de hand is wanneer hij mijn been begint te likken, zich ineens hevig begint te krabben, of overdreven begint te gapen. Ik antwoord hem dan ook met de steekwoorden die hij kent. Soms druipt hij dan af, of zucht even. En zo communiceren wij eigenlijk de hele dag door wel even “met elkaar”.

Max slaapt iedere nacht aan mijn voeteneind. Dat voelt vertrouwd en natuurlijk aan. Ik ben zijn ‘moeder’, zijn leider, zijn maatje, degene die hem begrijpt maar die ook echt boos op hem kan worden, degene die hem eerlijk corrigeert, die hem nooit ‘opfokt’, die hem rustig en liefdevol benadert.

Max heeft nog nooit naar ons, of andere mensen, gegromd. Dit geldt ook voor onze eerdere Stafford/Mechelse herder. Zou dit wel het geval zijn, dan zou het vertrouwen wat wij nu in hem hebben, niet aanwezig kunnen zijn. Essentieel vind ik is dat een Stafford mensen vriendelijk gezind is. En dat is hij. Lopen we op straat, dan begint hij gezellig te kwispelen zodra we mensen tegemoet lopen. Hij is gek op mensen … en mensen op hem.

Harmonie

Hij begrijpt veel woordcombinaties. Zijn we in onze tuin en wil ik hem iets aanwijzen door de tuindeur – ‘kijk, daar ligt je bal Max’ – dan kijkt hij op het terras om zich heen. ‘Nee, kijk binnen Max’ antwoord ik hem. Hij kijkt direct naar binnen en pakt blij zijn bal. Ik communiceer doorlopend met hem op deze manier. Wij zijn heel gek op Max, hij wordt veel door ons geknuffeld, maar hij krijgt ook woordelijke correcties wanneer nodig. Wij slaan hem zelden. We straffen hem soms doordat hij even de gang op moet; afzondering dus.

Maar Max laat zich niet ‘opsluiten’, dat wil zeggen: laat ik hem ’s ochtends vroeg even een half uur met Amy ‘opgesloten’ in de zeer ruime woonkamer (omdat ik mijn zoon naar school moet brengen) dan poept en piest hij uit protest in onze woonkamer. Onacceptabel. Boos sjor ik hem bij thuiskomst aan zijn halsband naar de ‘plek des onheils’. Hij voelt de bui al hangen. ‘Dat mág niet Max! Foei!’ zeg ik, terwijl ik zijn snuit vasthoud en hem kwaad aankijk.

Dit ritueel heeft hij zelfs eens 4 dagen achter elkaar volgehouden. “Protest-poepen” in huis. De vierde dag trok ik hem aan zijn halsband weer naar de poepplek en daar heb ik hem één klap op zijn snuit gegeven en heel boos FOEI MAX, FOEI! geroepen. Hij kroop toen weg. Later heeft hij dit niet meer gedaan. Bij grote uitzondering kan hij dus wel eens een tik verwachten: alleen als het voor ons beiden zó duidelijk is dat hij “echt heel fout was”.

We doen vrijwel nooit ‘wild’ met hem – behalve zo nu en dan eens ‘touwtrekken’, wat hij een heel leuk spel vindt. Hier wordt hij wel wat ‘wild’ van; grommen, fanatiek trekken. Het spel laat ik dan ook meestal niet langer dan een minuut duren en het eindigt dat ik het touw in handen heb, het naar hem gooi, waarop hij vervolgens gaat ‘touwkluiven’. Zo is het goed.

More from Honden